Soms begint een archeologisch verhaal met toeval. In 1975 stuitte de familie Schoenmakers in Oosterhout tijdens de bouw van stalschuren aan de Herweg op vier urnen, waaronder één met een klein potje erin. De vondst leidde tot de aanwijzing van het terrein als archeologisch waardevol. Toch bleef verder onderzoek uit tot 2010. In dat jaar bracht ADC ArcheoProjecten het grafveld voor het eerst systematisch in kaart, tijdens grootschalige opgravingen in het kader van de aanleg van nieuwbouwwijk ‘De Contreie’. Daarbij werd het grootste deel van een omvangrijk urnenveld uit de Late Bronstijd en de IJzertijd (ca. 1100–400 v.Chr.) blootgelegd.
Toch bleef één deel van het grafveld onopgegraven: het terrein onder de oorspronkelijke stalschuren aan de Herweg. Pas in 2020, toen ook dit perceel plaatsmaakte voor woningbouw, kregen wij de kans om het ontbrekende puzzelstukje bloot te leggen.
Een nieuwe blik op een oud grafveld
Wat we vonden, was rijk aan lagen en verhalen. Twee vierkante en zes ronde grafstructuren (kringgreppels), negentien grafkuilen met crematieresten, urnen en grafgiften werden blootgelegd. De meeste resten dateren uit de vroege fase van het grafveld, van circa 1000 tot 500 v.Chr. (late Bronstijd/vroege IJzertijd).
De crematieresten zijn vooral afkomstig van adolescenten en volwassenen, maar er zijn ook opvallende uitzonderingen: twee laat-volwassenen (ouder dan 40 jaar), een jongvolwassene (circa 25 jaar) en een jong kind van ongeveer één jaar oud. Dit laatste graf bevatte een vrijwel complete Schräghalsurn. Op een breukrand zat een indruk van emmertarwe, een graansoort die tijdens het pottenbakken in het kleibaksel terechtkwam. Dit soort vondsten komen vaker voor en illustreren de ambachtelijke context waarin het aardewerk werd gemaakt.
Sommige graven lagen precies in het centrum van de grafstructuren. Meestal betrof dit één graf per structuur, maar in één geval vonden we er twee: het ene graf met resten van een volwassene, een potje en sporen van verbrande dierenbotten (mogelijk aanwijzingen voor een dieroffer of dodenmaal), het andere graf met crematieresten van een persoon die op het moment van overlijden niet ouder was dan 21 jaar en een barnstenen ringvormige kraal. De combinatie van locatie, leeftijden en grafgiften doet vermoeden dat het om personen uit hetzelfde huishouden gaat (mogelijk ouder en kind) al blijft dat zonder DNA-onderzoek niet met zekerheid vast te stellen.
Een groep crematiegraven lag tussen twee kringgreppels in. Ook deze graven laten hechte banden tussen de overledenen zien. In twee graven zijn namelijk potfragmenten gevonden, die zo zeer op elkaar lijken dat het vermoedelijk om dezelfde pottenbakker gaat.


Bijzondere grafgiften
Hoewel sommige grafgiften klein zijn, vertellen ze een rijk verhaal. Een fraai versierde dekseldoos met zogeheten puntoortjes (één daarvan was afgebroken) werd meegegeven aan een overledene. Verkleuringen op sommige crematieresten zijn de enige getuigen van bijgiften van brons en ijzer.
Het meest verrassend is misschien wel dat deze graven precies lagen op de plek van een van de voormalige stalschuren. Hoewel er decennialang gewerkt is op het terrein, bleken de sporen van het grafveld dus niet volledig verstoord. Alles wijst erop dat de vier urnen die in 1975 gevonden werden, afkomstig waren uit dit deel van het terrein. Een crematiegraf was vergraven, wat erop wijst dat één van de urnen uit dat graf verwijderd is.


bandoor uit graf

Een landschap vol lagen
Het gebruik van het terrein stopte niet in de IJzertijd. Tijdens het onderzoek kwamen ook drie palenclusters aan het licht, resten van houten constructies. Eén hiervan, in het noorden, bleek een vierkante spieker. Dit is een voorraadschuurtje uit de IJzertijd.
Daarnaast werd een middeleeuwse huisplattegrond (13e-14e eeuw) gevonden, precies gelegen tussen de graven van het urnenveld. Dit roept de vraag op of de grafheuvels van het urnenveld destijds nog zichtbaar waren in het landschap.


De cirkel is rond
Met deze opgraving is een belangrijk puzzelstukje gelegd. Niet alleen omdat het begon met een vondst op deze plek, maar vooral omdat dit deel nu voor het eerst volledig is onderzocht. De ligging van de graven, de structuren, de persoonlijke voorwerpen en de sporen van hergebruik vertellen samen een gelaagd verhaal over rouw, rituelen, verwantschap en landschapsgebruik.
Bij Transect maken we archeologie zichtbaar en beleefbaar. We graven niet alleen in de bodem, maar ook in verhalen. En dit verhaal verdient het om verteld te worden.
